Genealogie van de familie Grandia

Terug naar startpagina

De oorsprong

De hertog van Alva. 18e-eeuwse gravure

De familienaam Grandia is naar alle waarschijnlijkheid afkomstig uit CataloniŽ (Noord-oost Spanje), en komt al sinds meer dan 400 jaar in Nederland voor. De eerste Grandia in ons land is hier vermoedelijk terechtgekomen als soldaat in het leger van de hertog van Alva (links) tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Er is weinig meer van hem bekend dan het vermoeden dat zijn voornaam Geraldo was. De zoon, Sebastiaen, die hij naliet bij een onbekend gebleven vrouw in het dorpje Brakel in de Bommelerwaard lijkt van de zuidelijke afkomst van zijn vader op de hoogte geweest te zijn. Hij noemde zich soms "Sebastiaen Geraldo", in plaats van Sebastiaen Geraertsz.

Sebastiaen Gerrits. Inschrijving
in het lidmatenregister van de
Gereformeerde Kerk te Brakel, 1640

Hoe de vork precies in de steel zit is overigens nog niet 100% duidelijk: onlangs kreeg ik (dank aan Robert Grandia uit Rotterdam) een rapport onder ogen van de genealoog dr. A.R. Kleyn uit Zeist die in de jaren '60 in opdracht van een zekere M.J. Grandia uit Eindhoven (vermoedelijk uit de Drielse tak van de familie) onderzoek had gedaan naar de vroege Grandia's. Dhr. Kleyn schrijft:

"... de familie stamt uit Brakel. De oudste aldaar aangetroffen stamvader was Jan Grandia uit "Monnikenland", een buurtschap onder Brakel. Van hem stammen alle Grandia's af, evenals van diens neef Sebastiaen Grandia te Brakel, die de Rijn als schipper bevoer. Toen ik jaren geleden eens in het Keulse archief zocht, ontmoette ik daar ook Grandia's (einde der 16e eeuw). Ik acht verwantschap met de Brakelse naamdragers wel vaststaande ... "

De Waal bij Brakel

Van Sebastiaen staat in ieder geval vast dat hij rond 1580 geboren is. Het laatste schriftelijke bewijs van zijn bestaan is het rapport van de dijkschouwcommissie, bestaande uit dijkgraaf en dijkheemraden (waarvan Sebastiaen er ťťn was), gedateerd 24 september 1655. Volgens dit document was Sebastiaen toen 75 jaar oud. Als, in het citaat van dhr. Kleyn, "neef" betekent "oomzegger", dan houdt dat in dat Jan een generatie ouder zou zijn dan Sebastiaen, en dat hij dus waarschijnlijk vůůr het begin van de Tachtigjarige Oorlog geboren zou moeten zijn. Gezien de familienaam zal de uiteindelijke voorouder van de familie dan toch wel een Spanjaard geweest zijn, maar een Spaanse soldaat wordt dan wel vrij onwaarschijnlijk.

Als Jan en Sebastiaen volle neven waren, dan houdt dat in dat hun respectievelijke vaders broers waren, en ook dan zit er een generatie Grandia's (van minimaal twee personen) vůůr Sebastiaen. Jan Grandia zou volgens dhr. Kleyn de vader geweest zijn van Claes Grandia, en dus de grootvader van de Jillis Claessen die we onder het hoofdstukje "Verspreiding" weer tegenkomen.

Jammer genoeg heeft deze ijverige onderzoeker verzuimd om in het rapport aan zijn opdrachtgever zijn bronnen te vermelden, zodat ik niet meer kan nagaan hoe hij aan die informatie gekomen is.

Hoe het allemaal dan ook begonnen moge zijn, vanuit Brakel heeft de familie zich naar diverse windrichtingen verspreid en komt tegenwoordig (behalve in het stamland Spanje) voor in Nederland en in de Verenigde Staten. Tegenwoordig is het natuurlijk makkelijker om over grotere afstanden te verhuizen, en dus vinden we de familie inmiddels door het hele land - hoewel de "stamgebieden" (Brakel, Beesd en de Hoekse Waard) er nog steeds uitspringen wat betreft het aantal daar wonende Grandia's.
Om eens een voorbeeld te noemen: Zuilichem (een paar kilometer ten oosten van Brakel).


Autoradio of alarminstallatie inbouwen ? ...

Wilt u in de stamboom rondneuzen, klik dan hier



Verspreiding

Ga naar het begin van de pagina
Fragment van de "Lijst van gewapende mannen", Brakel, 1672
Zoals te doen gebruikelijk in die tijd was ook de familie Grandia aanvankelijk betrekkelijk honkvast. Een enkele keer werd er getrouwd met iemand uit een naburig dorp, maar tot het begin van de 18e eeuw bleef de familie hoofdzakelijk in en om Brakel wonen. De illustratie rechts is een fragment uit de "Rolle van gewapende mannen" uit de Heerlijkheid Brakel in het "rampjaar" 1672. De Republiek was in oorlog geraakt met Engeland en Frankrijk, het bisdom MŁnster en het aartsbisdom Keulen. Overal in het land werden de weerbare mannen onder de wapens geroepen. Zo ook in Brakel: onderaan dit fragmentje zien we Jillis (of Gillis) Claesz. Grandia, geboren 22 november 1654. Hij staat vermeld als "Gillis Claessen ............. roer" dwz. hij was de trotse bezitter van een vuurwapen (waarschijnlijk een voorlader met gladde loop), en was dus bepaald beter af dan zijn dorpsgenoot Jan Jansen van Willigen (bovenaan), die het moest doen met een "helbaert"...

NotariŽle akte uit 1725 (fragment)
Ook in verschillende andere bronnen uit die tijd komen we leden van de familie Grandia tegen. In een akte uit het NotariŽel Archief Rotterdam uit 1725 duikt Claas (Jillisz.) Grandia op (een zoon van bovengenoemde Jillis). Claas was getrouwd geweest met ene Aletta van Welij (inmiddels overleden, zoals blijkt uit een aantekening in de marge van het document), en kon op grond van dit huwelijk aanspraak maken op een deel van een erfenis.

Eindafrekening van de verdeling van de erfenis (fragment)
Claas erft "N:U" (N omine U xoris = in naam van zijn vrouw)
Het ging om een, naar de maatstaven van die tijd, fors bedrag (365 gulden, 11 stuivers en 9 5/7 penning - in de orde van grootte van een jaarsalaris). Die "9 5/7" doet wat eigenaardig aan, maar dat komt doordat de notaris heel precies had uitgerekend op hoeveel iedereen recht had. Hoe een dergelijk bedrag precies uitgekeerd zou moeten worden vermeldt de historie niet ...

Claas duikt nog een keer op, en wel in Amsterdam, waar hij op 26 april (samen met ene Neeltje Grandia) als getuige optreedt bij de doop van Anna Grandia, de dochter van Jan Grandia en Anna Maria Gerrads, en twee jaar later, op 13 februari 1742/43, bij de doop van Jan en Magdalena Grandia, de tweeling van Jan Grandia en Magdalena Lokman. Bij deze gelegenheid werd Claas vergezeld door Aletta en Alida Grandia - mogelijk zijn dochters bij Aletta van Welij.

Niet iedere Grandia die uit Brakel verhuisde deed dat vrijwillig. Jan Grandia (30 november 1694 - na 1772) had een wel heel bijzondere reden: hij zat van 1750 tot 1757 "geconfineerd" (opgesloten) in het "Dul- en Verbeterhuis" te Rotterdam !
Jan was daar opgeborgen op grond van overmatig drankgebruik en echtelijke ruzies met zijn vrouw Maria Buijs.

Dit hele verhaal is een aantal jaren geleden uitgezocht en gepubliceerd door dhr. F.F.J.M. Geraedts (tegenwoordig gemeentearchivaris van Leidschendam). Dhr. Geraedts is zo vriendelijk geweest om zijn toestemming te geven om het artikel op deze website over te nemen.

Artikel over het confinement van Jan Grandia



Driel

Ergens tussen 1650 en 1750 is een Grandia de Bommelerwaard overgestoken naar Driel, twintig kilometer ten zuidoosten van Brakel op de noordelijke oever van de Maas. Naast Brakel is ook Driel een belangrijk "knooppunt" in de geschiedenis van de familie Grandia geworden.



Hoeksche Waard

De vroegst bekende echte "emigrant" naar elders in Nederland is Lambert Jillisz. Grandia die in 1691 geboren werd in Brakel. Hij verhuisde in het begin van de achttiende eeuw naar de Hoekse Waard en vestigde zich in 's-Gravendeel.

Over de precieze omstandigheden van deze verhuizing, en zelfs over de personen die er bij betrokken waren, bestaat nog veel onduidelijkheid. Zie De merkwaardige zaak van de twee Lammerts voor meer details.

De Grandia's in de Hoekse Waard waren - net als hun voorouders in Brakel en omstreken - hoofdzakelijk boeren en dagloners. Vooral deze laatste categorie reisde zijn werk achterna, wat duidelijk blijkt uit DTB- en Burgerlijke Stand-gegevens, waarin plaatsnamen als Rijsoord, Kleine en Groote Lindt, Oost- en West-Barendrecht, Heinenoord, 's-Gravendeel en Heerjansdam regelmatig terugkomen. Aan het eind van de 19e eeuw, toen het in de landbouw slecht ging, zijn er van deze tak van de familie nogal wat naar Rotterdam vertrokken, dat toen als wereldhaven-in-opkomst betere vooruitzichten op werk bood.

In de loop van de 19e eeuw werd de fotografie uitgevonden en van een aantal van onze familieleden uit die tijd zijn portretten overgebleven. Klik hier voor de portrettengalerij.



MariŽnwaard

Landgoed MariŽnwaard, boerderij "Lingehof"
Govert Grandia (Brakel 1795 - Beesd 1867) stak de Waal over en vestigde zich tussen 1817 en 1828 in de omgeving van Beesd, en wel op het landgoed "MariŽnwaard". MariŽnwaard was een voormalig klooster dat tijdens de Reformatie door de monniken verlaten was. Rond het midden van de 18e eeuw werd het landgoed aangekocht door Otto, graaf van Bijlandt, die het grondgebied van het voormalige klooster opdeelde in een aantal boerderijen. De nazaten van Govert en zijn vrouw Adriana Vervoorn (Brakel 1792 - Beesd 1864) wonen nog steeds in de directe omgeving. Op de boerderij "de Lingehof", tegenover die waar de familie Grandia woonde, zat de familie Merkens, waarmee dan ook druk over en weer getrouwd werd. Michael Grandia uit de Verenigde Staten heeft een aantal Merkens'en onder zijn voorouders.
Trouwkaart van Willem Merkens en Egelina Grandia, 1914
(dank aan Willem Merkens uit Arnhem voor de scan)
Klik op de kaart voor een grotere versie
Enspijk, Gereformeerde Kerk. De foto is
genomen vanaf de inrit van de begraafplaats
tegenover de kerk.

Links ziet u de trouwkaart van Willem Marius Merkens en Egelina Johanna Grandia. Zij trouwden in Tricht / Waardenburg op 23 april 1914. Zij overleden beiden in Enspijk, vanuit Beesd / MariŽnwaard gezien aan de overkant van de Linge. Op het plaatselijke kerkhof (tegenover de kerk, rechts) is - buiten die van Willem en Egelina - nog een aantal andere Grandia- en Merkens-grafstenen te vinden.


Begraafplaats "Heidehof", Ugchelen
Vak I, 101-189
Begraafplaats "Heidehof" in Ugchelen.
Familiegraf van Ruth Grandia

Vanuit Beesd en MariŽnwaard zijn sommige Grandia's weer verder verhuisd. Ruth Grandia (geboren in MariŽnwaard in 1869) kwam uiteindelijk terecht in Apeldoorn. Hij overleed daar in 1954 en werd begraven op de begraafplaats "Heidehof" in Ugchelen. Hij heeft daar een familiegraf. Zijn vrouw Willempje Grandia-Langendoen en zijn zoon Willem (die nog geen negen maanden na de dood van zijn vader ten gevolge van een ongeval kwam te overlijden) liggen daar ook begraven. Ik heb het graf in mei 2002 bezocht en zoals u kunt zien ligt het er nog keurig bij (zie foto's). Op de grote foto de grafsteen zelf, op de kleine het pad waaraan het graf ligt.
Ook uit deze tak van de familie zijn er rond 1900 enkele in Rotterdam terecht gekomen - waarschijnlijk zonder zich te realiseren dat een aantal van hun verwanten zich inmiddels "op Zuid" had gevestigd!
De Grandia's uit Beesd die naar Rotterdam verhuisden kwamen merendeels in Rotterdam-Noord en Hillegersberg terecht (daaronder ook de grootouders van Michael Grandia uit Pennsylvania).




Middelburg en Haarlem

Dirk Grandia (1794 - 1866) verhuisde uit de Bommelerwaard naar Zeeland. Hij woonde een aantal jaren in Middelburg en trouwde daar met Marie Margrieta Maas op 25 mei 1821. Hieronder een reproductie van de geboorte-akte van Dirk's zoon Adriaan Philippus, geboren in Middelburg. Dit is een bijzonder stuk - archivalia uit Middelburg zijn nogal zeldzaam in verband met de branden, oorlogsschade enz. die Middelburg geteisterd hebben!

Geboorteakte van Adriaan Philippus Grandia, geboren in Middelburg op 25 juli 1822 (met dank aan Joop en Ank van der Glas-Grandia)

Dirk's oudste zoon Arie Willem Grandia verhuisde voor 1861 naar Haarlem, waar hij in 1880 overleed. Van Arie Willem's tweede zoon Hendrik Karel Grandia en zijn nazaten zijn ook foto's bewaard gebleven.Klik hier voor de portrettengalerij van de "Haarlemmers"



Het familiewapen

Ga naar het begin van de pagina

Het familiewapen (dat ook op de achtergrond van deze pagina's te zien is) is, voorzover bekend, voor het eerst gevoerd door Jielis Grandia uit Brakel in de jaren '60 van de achttiende eeuw. Het wapen wordt vermeld in een artikel in Gens Nostra, jaargang 29 nr. 3 (maart 1974). Hier wordt verwezen naar een registratie in het archief van de Gelderse Leenkamer, gedateerd 26 mei 1761.

Op het wapen zijn drie vissen te zien, waarschijnlijk zalmen. Op de Waal werd veel zalmvisserij bedreven en ook in het gemeentewapen van Brakel komen twee zalmen voor. Het symbool op de onderste helft van het schild is het familiemerk, dat in een tijd dat een groot deel van de bevolking niet of nauwelijks kon lezen, gebruikt werd om allerlei roerende zaken mee van een eigendomsmerk te voorzien.




Amerika

Ga naar het begin van de pagina

De eerste Grandia die de oversteek over de Atlantische Oceaan waagde was Jacob Jillisz. Grandia (1822 - 1868) uit 's-Gravendeel. Hij verliet Nederland in 1847 als deel van een groep Afgescheidenen die, onder aanvoering van de predikant Hendrik Scholte, naar Amerika trokken om daar een nieuwe start te maken zonder om hun geloof lastig gevallen te worden door de Nederlandse overheid.

Jacob en zijn mede-emigranten vonden een nieuwe woonplaats op de prairie van Iowa en stichtten daar de stad Pella. Jacob overleed in 1868; van zijn zoon Jillis bezit ik een brief die hij aan mijn overgrootvader Johannes Grandia (1835 - 1886) schreef vanuit Orange City, eveneens in de staat Iowa. Een fragment van de brief is hiernaast te zien. Wilt u de hele brief lezen, klik dan op de afbeelding van het fragment.

Jilles' betachterkleindochter Kim Behrens bezat nog een paar foto's van Jilles en zijn familieleden.



Nederlands-IndiŽ

Ga naar het begin van de pagina

In de loop van de negentiende eeuw duiken er ook een paar Grandia's in Indische bronnen op. Vervelend genoeg zijn die verre van compleet: de Japanse bezetting, de politionele acties en de termieten hebben duidelijke sporen nagelaten. Veel van het resterende materiaal bevindt zich nog in het Nationaal Archief van IndonesiŽ, en hiervan is maar een gedeelte verfilmd en in Nederland beschikbaar.

Toch kunnen we een paar familieleden traceren naar, of in, Nederlands-IndiŽ. Een daarvan was Gerrit Grandia (geb. 25 november 1843 in Driel). Hij vertrok in 1871 als "koloniaal" vanuit Harderwijk naar Den Helder (toen nog Nieuwediep geheten) en scheepte zich daar in mei 1871 in aan boord van de "Willem III", het eerste stoomschip dat speciaal gebouwd was voor de vaart op IndiŽ.

De "Willem III" aan de kade in Nieuwediep (het latere Den Helder)

Hij kwam echter niet ver: op 20 mei, twee dagen na vertrek uit Nieuwediep, brak er brand uit aan boord van het schip, dat door de kapitein voor de Engelse kust op een zandbank werd gezet. Passagiers en bemanning gingen in de boten; een gedeelte werd opgepikt door de loodsboot uit Portsmouth en de rest door een veerboot van een van de Kanaal-veerdiensten, die de schipbreukelingen in Spithead aan land zette. Het schip brandde geheel uit, gelukkig zonder dat er mensenlevens verloren gingen. Gerrit en zijn maten marcheerden twee weken na vertrek de kazerne in Harderwijk weer binnen en vertrokken een maand later alsnog naar IndiŽ, deze keer vanuit Rotterdam met het zeilschip "Noach III".

Gerrit kwam in september 1871 in Batavia aan en verbleef een aantal jaren in IndiŽ als ziekenverpleger. Hij keerde op 9 oktober 1883 weer in Rotterdam terug. Bij het CBG trof ik in de collectie Uittreksels uit de Burgerlijke Stand in Nederlands-IndiŽ een vermelding aan van een huwelijk tussen Gerrit Grandia en Jacoba Louisa van Rosmalen in Semarang op 9 mei 1879, en daaraanvolgend een scheiding op 30 maart 1881 te Madioen. In dezelfde bron worden twee kinderen genoemd, die mogelijk uit dit huwelijk zijn geboren: Antoinette Louis(a?) Grandia, overleden 30 mei 1879 te Semarang, en Josephine Grandia, geboren te Semarang op 4 november 1880. Of dit dezelfde Gerrit was is niet absoluut zeker, omdat op het uittreksel (in tegenstelling tot bv. de huwelijksacte) geen ouders, geboortedata enz. vermeld staan.

Een tweede Gerrit had minder geluk. Gerrit Arie Grandia, geboren in Beesd (Gelderland), op 20 augustus 1875 ging in 1895 in dienst als nummerverwisselaar (vervanger voor iemand die was ingeloot, maar zich uit wilde kopen). Hij werd overgeplaatst naar het KNIL en naar Atjeh gestuurd. Hij keerde in juli 1897 terug naar Nederland (zijn ouders woonden inmiddels in Rotterdam), maar hij had blijkbaar de smaak van het krijgsbedrijf te pakken gekregen en tekende bij voor een tweede termijn. Op 28 april 1898 vertrok hij weer naar de Oost, maar helaas werd het deze keer een enkele reis: hij overleed op 18 juli 1902 in Sigli aan zijn kort tevoren in actie opgelopen verwondingen.

In Indische bronnen duiken nog een paar andere in IndiŽ geboren Grandia's op:

  • Louis Alexander Eduard Grandia, geboren in Batavia (het huidige Djakarta) op 23 juni 1898 en daar overleden op 26 juni van datzelfde jaar
  • De grafsteen van Sophia Adriana Philippina Meischke, geboren Grandia. Zij werd geboren in Semarang op 21 oktober 1870 en overleed in Buitenzorg (het tegenwoordige Bogor) op 21 november 1904. Zij werd begraven op het kerkhof Tanah Abang (Weltevreden) in Batavia, samen met haar twee kinderen.

In het hoofdstukje "MariŽnwaard" maakten we al kennis met Ruth Grandia en zijn zoon Willem. Willem, geboren in 1902, was vlieger bij de Marine-Luchtvaartdienst en is in de jaren '30 enige tijd in Nederlands-IndiŽ gestationeerd geweest. Zijn zoon Willem Abraham Marius Grandia werd geboren in Soerabaja op 21 juli 1933.